1.  

  2. andlangsherra:

    10 mei 2013

     

  3. (Source: andlangsherra)

     

  4. (Source: andlangsherra)

     

  5.  

  6. I need to see where this goes to, otherwise it would just be horror vacui.

     


  7. Het lichtgeel van de opkomende zon vermengt zich met de witte lucht die weerspiegelt in het landschap. Alleen de niet besneeuwde delen van de zwarte bergen ver van waar ik zweef tonen aan dat er een horizon bestaat. Het land is vlak op het reliëf in de verte na en bestaat uit niets anders dan ijs. Het is windstil. Maar de atmosfeer is zwaar, er hangt een ingehouden energie die door de stilte van het schouwspel drift opwekt in mij waar het anders niet geweest was. Ze is geurloos, door de kou ontnomen van iedere herinnering aan Leven. De zon komt langzaam achter de bergen vandaan. De zon is dieporanje, laat enkele langgerekte strepen van licht over het landschap schijnen. Ze rijst snel, verheft zich boven de bergen die vergeefs het Licht probeerden te verbergen. Maar de zon bepaald zelf wie zij verlicht.

    Met het opkomen van de zon maakt de wind zijn intrede in het land. Langzaam, deinend op de wind, zweef ik van mijn afstandelijke hoogte naar beneden. Sneeuwvlokken beginnen zich om mij heen te verzamelen, kleine zegeningen van ijs worden door de warmte van mijn wapperende zwarte kleed ontdooid tot water. Water, een herinnering aan de herkomst van dit alles, toen het land nog vloeibaar was. Ik verbeeld me het grijsgroene licht van vervlogen tijden in de donkere diepte die eens was en niet meer lijkt te zijn.

    De zon zag dat het tijd was om te onthullen en bracht haar licht boven het land. Vastberaden vervolgde ze haar reis. Ze voelde zich welkom na de inval van haar oranje licht dat onthaald werd. Niet warm, niet eens bewust, besloten door een kracht buiten mijzelf. Het was een verlangen in mij om te weten hoe het land was geweest voordat de vrieskou inviel, voor alles versteende, verstarde, bevroor. Misschien diende het weer te vloeien.

    En nu stond ze daar, boven ons, op haar gemak. Haar zekerheid en haar warmte zou iedere Ziel doen begrijpen wie het is. Maar ik moest mijzelf aanschouwen, begrijpen. Sinds het besef dat inviel na de val van mijn toren van trots wilde ik ieder aspect van mij ontrafelen voor ik mezelf weer zou kunnen kronen met het Licht. Misschien was dat de reden dat ik niet omhoog keek. Mijn blik werd getrokken naar een silhouet in de diepte.

    Na een schittering van zilver in de verte ontrafel ik een troon.

     


  8. (Source: kidultery, via funeraire)

     


  9. (Source: johnnyjoe)

     


  10. Ik werd wakker en kon me niet bewegen. Ik was te moe, te teleurgesteld, te gekwetst, te bang voor het Leven en de dag, te onzeker om op te staan. Mijn hoofd tilde ik op, legde het neer naast het kussen en ik kwam in een vreemde staat terecht. Ik werd draaierig en licht in mijn hoofd. Ik zag, verblind door een grijze waas, zachte contouren van een landschap. Bruine aarde, witte sneeuw en rode boomtoppen onder een laag grijze onmacht in mij. Ik steeg op, kwam steeds hoger boven het landschap te hangen. Het was zo mooi bedoeld. Ik dacht: ”Laat maar zitten, ik zie alleen het negatieve. Heel het landschap doet me negatief aan, de bomen zijn rood van woede, de aarde is donker van verwarring, neerslachtigheid en schuld en in de sneeuw ligt een ondoorgrondelijk verdriet”. De stem sprak tot mij: ”Dit is het juiste, je moet deze weg bewandelen. De weg van het negatieve maakt je blik helder en doet je realiseren hoe de Aarde werkt, hoe jij met het Leven om moet gaan”. Ik reageerde: ”Ik begrijp dat, maar waarom voel ik me niet geholpen?”. De stem sprak: ”Jij moet hier alleen doorheen, niemand kan je helpen”. ”Maar waarom help ik hen dan?” zei ik. ”Dat is jouw taak” zei God.

    Of hier door anderen nu vreemd op gereageerd wordt of niet, dit is hoe ik het gesprek ervaarde. Ik krijg genoeg hulp van jou, maar ik voel het niet binnen komen in mijn ijzige hart. Ik hoop dat jullie mijn hulp wel ervaren, en dat ik snel open sta voor die van de anderen.

    Een verbitterde gedachte kwam in mij op, een gedachte die me de hele ochtend in mezelf deed keren en waarmee ik jou heb gekwetst, het spijt me zo.

    ”Tot na de depressie”.

     


  11. 2.

    De personificatie van mijn Liefde wees me op een denkfout over het water dat om een rots heen verder vloeit. Uiteraard is het zo dat het water ergens heen moet stromen, het stopt niet zomaar. Slechts onderhevig aan lage termperaturen zal het bevriezen en stoppen met bewegen, misschien dat ik daar later op terug kom. Het water vloeit en ontmoet de rots. De rots is hard, het water is vloeibaar en lijkt niet te kunnen tegen het harde steen. Nu werd mij gewezen op het feit dat water steen doet uitslijpen tot het in kleine delen wordt meegenomen door het water zelf. Het kan, mits het water krachtig genoeg is, zelfs de rots met zich meevoeren in zijn golven. Ik weet niet hoeveel kracht mijn water in zich heeft, ik kan het nog niet zien. Ik zie een rivier, en ik zie de rots. Ik zie een kleine rivier en een grote rots. Ik zie meerdere grote rotsen. Mijn blik is helder, ik zie het zoals het is. Dus mijn water voert de rots niet mee, het zit te diep verankerd in de aarde van mijn geest. Ik kan ook niet verwachten dat de rots direct wordt uitgeslepen door mijn water. Hoe dan ook is het obstakel te groot voor nu, ik moet er mee omgaan om verder te kunnen. Het water moet lang en krachtig blijven stromen, vol doorzettingsvermogen, volharding, discipline én een lang genoeg durende levensbron! Waar ligt mijn bron? In het Leven zelf? Ik Leef dus er is een bron, zou dat het kunnen zijn? Het is dus de vraag hoe lang mijn bron stroomt om in dit Leven de rots te zien verdwijnen. In de Natuur zoals wij haar kennen zou de rivier en vele mensenlevens over doen om een rots te doen ”verdwijnen”. Maar ik ben de Natuur niet, ik ben de rivier niet en mijn obstakel is geen rots. Mijn obstakels zijn niet hard als steen, en mijn water is sneller dan het Aardse water. Dit moet te maken hebben met het feit dat een mens 100 jaar kan worden als het Geluk heeft, de Ziel van de mens heeft zijn eigen ritme, dat sneller is dan het ritme van de Natuur. Ik zal mijn rots tot zulke kleine delen uitslijpen dat het meegevoerd wordt op de stroom van mijn water. Mijn obstakel wordt opgeheven, ik neem de ervaring met me mee. Gedisciplineerd, volhardend, langdurig water.

    Ik had vannacht een heldere blik in mijn dromen, en de dromen hebben me veel te vertellen. Ik droomde drie dromen waarvan ik me er twee herinner. De derde ging over de Liefde, maar ik verwacht dat ik de waarheid daarvan niet kan dragen, of ik mag de waarheid niet vertellen voor de tijd rijp is. Misschien is het onbegrijpelijk. Onbewust heeft het zich in mij gevestigd en het zal weer opkomen als dat nodig is. De eerste droom ging over spinnen. Ik stond in een stad met voor mij een betonnen flatgebouw, licht verweerd en begroeid met een beetje mos en ander groen. Links van mij een open landschap, groen en goud door een ondergaande of opkomende zon. Achter mij en rechts van mij voelde ik het rumoer van de stad. Schuin tegenover mij, aan de linkerkant, stond een grote boom. Een beuk. Mijn Heilige Beuk, ik weet nog niet waarom de boom mij zo aanspreekt. Ik en de beuk stonden op tegels, wederom verweerd en groen als het gebouw voor me. 36 tegels vermoed ik, een vierkant, iets hoger dan de bruine aarde vol zogenaamd onkruid om me heen. Op de tegels, onder de beuk, stond een tas. Een afschuwelijke rugtas, groot, grijs en rood, met een vochtige onderkant dat duidelijk van levende wezens kwam. De tas was stug en vies door de lange tijd dat het er heeft gestaan, in de stad in mijn droom, op die verlaten plek. Ik opende de tas en zag, zelfs in mijn droom ontzet door het beeld, een enorme hoeveelheid eitjes en rode, ingewanden-achtige omhulsels die enkele kluiten vormden van de witte eieren. Er begon zich al iets te verroeren. Ik zag dat er grote, grijs en bruine spinnen uitkwamen, waarschijnlijk van het soort Tegenaria domestica. Ik wist enkele momenten niet wat ik moest doen, bang dat ze op me zouden komen met hun enge lichamen. Ik wachtte even af en toen de eerste spin, snel als spinnen zijn, uit de tas kroop handelde ik instinctief en doodde de spin met mijn schoen. Ik was sneller dan ik dacht, ze hadden geen kans verder dan enkele centimets van de tas af te komen. Alle spinnen, veel als het er waren, werder door mij vermoord. Zwart slijm en dode lichamen hoopten zich op onder mijn schoenen. Toen ik een stap zette, mijn schoenen vol bungelende levenloze spinnen, verdween het beeld.

    Mijn droomwereld vestigde zich ergens anders. Een bos, naast Hollands platteland, naast sloten, naast gras en verlicht door grijze, koude lucht dat afstak tegen het goudverlichte en warme bos. Mijn moeder en de man met wie ze een relatie heeft waren de eigenaren van het bos en het omliggende land. Ik voelde hun boosheid toen ze ver weg van me samen langs de sloten liepen en naar me keken. Ik was net zo boos op hen, maar ik was in hun land, waar ik geen macht heb. De boosheid ging gepaard met schuld en angst. Ik vond een klein huis van hout, ik voelde niet aan of dit huis voor mij bedoeld was of uitsluitend voor hen, maar ik ging erin. Het huis was open, een muur ontbrak zodat iedereen erin kon en het hout was ook in deze droom begroeid met planten en mos. Er stond een houten tafel in, zo groot als de ruimte zelf. Daarop stond een vaas zonder bloemen, en ernaast een aansteker maar kaarsen ontbraken. Direct pakte ik de aansteker en stak in de rechterhoek een stuk mos aan. Het hout en de plantengroei was vochtig, het duurde even voor het brandde. Maar ik stak het weer aan zodra het stopte met branden en uiteindelijk ontstond er een geel licht en zachte, grijze rook. Het voelde niet goed noch slecht, maar het moest zo zijn. Het vuur was prachtig en het gele licht was precies op zijn plaats. Mijn geest verliet het huis en mijn droom werd zwart en leeg.

    Droomuitleg van een bron buiten mijn geest om:

    Spinnen: je voelt je een buitenstaander in een bepaalde situatie, je kan afstand willen bewaren van een verleidelijk aanbod, de spin staat symbool voor de kracht van het vrouwelijke of een verwijzing naar een machtige kracht die behoed voor zelfdestructie, een spin doden voorspelt ongeluk, het kan zijn dat je gevangen bent in een relatie, het kan een metafoor zijn voor de dominate moeder en haar vrouwelijke kracht. Boom: groei, verlangens, kracht, stabiliteit, je bent gefocust op persoonlijke ontwikkeling en individuatie. Steen: schuldgevoel, morele kwesties, kracht, eenheid en onwrikbare overtuiging. Stad: sociaal milieu, gevoel van gemeenschap, (in de staat waarin de stad zich bevond:) het gevoel verworpen te zijn door je naasten en het toestaan relaties te verslechteren, verwaarlozing van je naasten. Onkruid en mos: langzame vordering in relaties (geduld is noodzakelijk), mensen die je liever niet in je omgeving hebt. Tas: je draagt iets met je mee in het leven, een last, veel zorgen. Moord: je hebt iets gedaan dat tegen jezelf ingaat.

    Bos: ontdekking van je innerlijk, symbool voor het onderbewuste. Platteland: vrijheid, rust en vernieuwing, je wil je gevoelens en instincten uiten en ervaren. Warm zonlicht (in beide dromen): sterke vriendschappen. Grijze lucht: verdriet en problemen. Vervallen huis: moeheid binnen een project, iets gaat niet zoals je wil. Brand: staat je huis in brand dan staat dit voor een liefdevolle partner, hou je humeur in de hand of de consequenties zullen ernstig zijn, passie, kwaadheid en overgang, positieve krachten ontwaken in jezelf, verlichting, transformatie en helderheid. Geel: een tijd van geluk en goede energie is aangebroken. Rook: verwarring.

     


  12. 1.

    In de Natuur wordt alles dat te zwak is om het Leven te kunnen dragen vernietigd. Een individu, een organisme is zelden tot nooit de schuldige voor de zwakte waarmee deze is vervloekt. Een plant kan overwoekerd worden door grotere planten die bij toeval, of het plan van de Natuur zelf, naast het zaad van de overwoekerde plant zijn neergestreken door de wind of door de aanwezigheid van een ander wezen dat het zaad daar heeft geplant. De plant sterft. Een wezen krijgt jongen. Eén van de jongen krijgt te weinig te eten doordat zijn broers en zusters meer kracht en overtuiging hebben om te worden gevoed. Doordat de genen en de geest van zijn naasten gunstiger worden ontvangen door de Natuur zelf sterft dit jong. In de natuur sterven de zwakkeren en overleven zij die het Leven kunnen dragen. Ook bij de mens speelt deze toevalligheid een levensbepalende rol. Nu ben ik gezegend geboren te zijn in een land waar geen gebrek aan voedsel is, geen overlevering aan de hardheid van de Natuur door extreme warmte of koude, droogte of zelfs politieke wanorde, oorlog en armoede. Ik leef in een land dat het teveel aan water en de lage ligging van het landschap kan compenseren met inventieve manieren om deze problemen te reduceren tot iets waar de meesten van mijn landgenoten zich geen zorgen meer over hoeven te maken. Ik ben gezegend geboren te zijn bij ouders die voor mij hebben gezorgd en dat nog altijd doen. Hardwerkende, krachtige mensen met enorm veel doorzettingsvermogen en de drang om hun kinderen te voorzien van alles wat ze nodig hebben. Zonder hen zou ik nu, op dit moment, onder deze omstandigheden, geen huis meer hebben. Ze spraken mij aan op mijn verantwoordelijkheidsgevoel, het ontbreken daarvan. Het feit dat ik niet voor mezelf kan zorgen, niet hard genoeg ben en niet snel genoeg ben voor het Leven zelf. Stel dat ik een plant was, stel dat ik een vogeljong was, dan was ik niet meer in Leven. Maar ik ben een mens in mijn toestand, in mijn omgeving, in mijn Leven en in mijn Lot. Dit betekend niet dat ik op een ander niveau niet aan dezelfde wetten ben overgeleverd. Als het Leven mijn lichaam niet meer kan pakken richt het zich op mijn geest. De geest die door onttrokken te zijn aan aardse lasten heeft kunnen groeien tot iets wat het anders niet geweest zou zijn. Mijn geest kent haar zwakten. Als ik deze zwakten niet elimineer zal het Leven zelf mij elimineren. Als ik toegeef aan de zwakke kanten van mijn Zijn, geef ik toe aan de Dood. Ik zal mijzelf moeten accepteren en mijn zwakten een plek te geven zodat mijn geest zichzelf omhoog kan werken en de zwakten achter zich kan laten, als de rivier die stuit op een rots en alleen verder kan vloeien als het zich om de rots heen verder laat gaan. Ombuigen kan niet, het Leven heeft de richting bepaald zoals de Aarde de rivier een kant op laat gaan; naar beneden. Of beperk ik mij nu tot een bepaald element als metafoor dat het ander uitsluit? Bestaat de vernietiging van zwakte? Als ik de vorm van het vuur aanneem zou ik mijn zwakte kunnen verbranden tot er niets overblijft. Maar dat is een leugen, een blindheid. Alles wat het vuur verbrand bestaat nog altijd, alleen niet in de vorm van voor de brand. As blijft over. Vruchtbaar as. Vruchtbaar as. Kies ik voor de weg van het water of voor de weg van het vuur? Laat ik achter me of vorm ik om? Vruchtbaar as of acceptatie van de zwakte. Als ik water ben moet ik de vorm van de rivier blijven volgen als een map van mijn geest. Ik zou de zwakte erkennen. Als vuur vorm ik om, leef in het Nu, ben niet meer dan de mens die ik nu ben en neem materiaal met me mee dat me niet meer doet denken aan het verleden vol zwakte en pijn. Mijn zwakte wordt mijn kracht met vruchtbare as. Dat vergt doorzettingsvermogen en zelfvertrouwen, kracht en zelfs de wil om een deel van mijzelf te vernietigen. Laat dit nu juist de zwakte zelf zijn. Als deze zwakte met mijn kracht wordt vergeld is het niet meer. Eigenwaarde komt in dit geval door stil te staan en waarlijk te aanschouwen. Maar niet alleen door dat te doen. Ook door de onderdelen vast te houden, mijn keuze vol te houden en het te verbranden. De reden dat dit een gebied is dat ik moeilijk vind te bewandelen is het feit dat ik bang ben te verliezen wat ik ben. Laat de Wijsheid tot me komen dat de Ziel nooit, nooit, nooit veranderd van vorm. Alle ware vormen der Zielen blijven eeuwig bestaan, dat is wat het Goddelijke ons ingeeft. Of ik moet hier laten op terug moeten komen. Zwakte. Mijn angst om mezelf te verliezen uit zich in het krampachtig vasthouden van mijn vorm, terwijl die altijd en onvoorwaardelijk en zonder pardon blijft veranderen. Machteloos, en dus moet ik opnieuw kiezen. De plant die zoveel verzorging krijgt dat ze in alle snelheid die ze in zich heeft groeit en bloeit, sterft vaak door een zwakte die daardoor onstaat, door niet de tijd te nemen om een sterk wezen te worden, maar door overhaast zichzelf te willen bewijzen uit Angst om het niet te worden. Ik moet mijzelf wegcijferen, mijn inzichten te laten voor wat het is (als ik ze werkelijk begrijp zal ik ze niet verliezen, en zo wel dan zij het zo) en nu te kiezen te branden en vruchtbare as tot me te nemen, te groeien tot een nieuw wezen met een sterkere Ziel en een aantal zwakten minder. Ik moet niet bang zijn mezelf te verliezen, want zo verlies ik mezelf. Wees niet bang te veranderen, de Wereld veranderd om ons heen. Wees niet bang te sterven, we sterven hoe dan ook. Het Leven zit in de Dood, wees niet bang. Kracht zit in verdriet, wees niet bang. Slagen zit in falen en veranderen, wees niet bang. Ik moet werken aan mijn eigenwaarde, of ik verlies die volledig. Als alles mislukt zal ik opnieuw beginnen.

    best way to start-a-new
    is to fail miserably
    fail at loving
    and fail at giving
    fail at creating a flow
    then realign the whole
    and kick into the start hole

    to risk all is the end all and the beginning all
    to risk all is the end all and the beginning all

    Björk - Moon

     

  13. In progress.

     

  14. 14 februari 2013

    Bjørn-Olle Gruben

     

  15. levonbuitenhuis:

    My hand, my Love playing the guitar and Estelle the butterfly.