De personificatie van mijn Liefde wees me op een denkfout over het water dat om een rots heen verder vloeit. Uiteraard is het zo dat het water ergens heen moet stromen, het stopt niet zomaar. Slechts onderhevig aan lage termperaturen zal het bevriezen en stoppen met bewegen, misschien dat ik daar later op terug kom. Het water vloeit en ontmoet de rots. De rots is hard, het water is vloeibaar en lijkt niet te kunnen tegen het harde steen. Nu werd mij gewezen op het feit dat water steen doet uitslijpen tot het in kleine delen wordt meegenomen door het water zelf. Het kan, mits het water krachtig genoeg is, zelfs de rots met zich meevoeren in zijn golven. Ik weet niet hoeveel kracht mijn water in zich heeft, ik kan het nog niet zien. Ik zie een rivier, en ik zie de rots. Ik zie een kleine rivier en een grote rots. Ik zie meerdere grote rotsen. Mijn blik is helder, ik zie het zoals het is. Dus mijn water voert de rots niet mee, het zit te diep verankerd in de aarde van mijn geest. Ik kan ook niet verwachten dat de rots direct wordt uitgeslepen door mijn water. Hoe dan ook is het obstakel te groot voor nu, ik moet er mee omgaan om verder te kunnen. Het water moet lang en krachtig blijven stromen, vol doorzettingsvermogen, volharding, discipline én een lang genoeg durende levensbron! Waar ligt mijn bron? In het Leven zelf? Ik Leef dus er is een bron, zou dat het kunnen zijn? Het is dus de vraag hoe lang mijn bron stroomt om in dit Leven de rots te zien verdwijnen. In de Natuur zoals wij haar kennen zou de rivier en vele mensenlevens over doen om een rots te doen ”verdwijnen”. Maar ik ben de Natuur niet, ik ben de rivier niet en mijn obstakel is geen rots. Mijn obstakels zijn niet hard als steen, en mijn water is sneller dan het Aardse water. Dit moet te maken hebben met het feit dat een mens 100 jaar kan worden als het Geluk heeft, de Ziel van de mens heeft zijn eigen ritme, dat sneller is dan het ritme van de Natuur. Ik zal mijn rots tot zulke kleine delen uitslijpen dat het meegevoerd wordt op de stroom van mijn water. Mijn obstakel wordt opgeheven, ik neem de ervaring met me mee. Gedisciplineerd, volhardend, langdurig water.
Ik had vannacht een heldere blik in mijn dromen, en de dromen hebben me veel te vertellen. Ik droomde drie dromen waarvan ik me er twee herinner. De derde ging over de Liefde, maar ik verwacht dat ik de waarheid daarvan niet kan dragen, of ik mag de waarheid niet vertellen voor de tijd rijp is. Misschien is het onbegrijpelijk. Onbewust heeft het zich in mij gevestigd en het zal weer opkomen als dat nodig is. De eerste droom ging over spinnen. Ik stond in een stad met voor mij een betonnen flatgebouw, licht verweerd en begroeid met een beetje mos en ander groen. Links van mij een open landschap, groen en goud door een ondergaande of opkomende zon. Achter mij en rechts van mij voelde ik het rumoer van de stad. Schuin tegenover mij, aan de linkerkant, stond een grote boom. Een beuk. Mijn Heilige Beuk, ik weet nog niet waarom de boom mij zo aanspreekt. Ik en de beuk stonden op tegels, wederom verweerd en groen als het gebouw voor me. 36 tegels vermoed ik, een vierkant, iets hoger dan de bruine aarde vol zogenaamd onkruid om me heen. Op de tegels, onder de beuk, stond een tas. Een afschuwelijke rugtas, groot, grijs en rood, met een vochtige onderkant dat duidelijk van levende wezens kwam. De tas was stug en vies door de lange tijd dat het er heeft gestaan, in de stad in mijn droom, op die verlaten plek. Ik opende de tas en zag, zelfs in mijn droom ontzet door het beeld, een enorme hoeveelheid eitjes en rode, ingewanden-achtige omhulsels die enkele kluiten vormden van de witte eieren. Er begon zich al iets te verroeren. Ik zag dat er grote, grijs en bruine spinnen uitkwamen, waarschijnlijk van het soort Tegenaria domestica. Ik wist enkele momenten niet wat ik moest doen, bang dat ze op me zouden komen met hun enge lichamen. Ik wachtte even af en toen de eerste spin, snel als spinnen zijn, uit de tas kroop handelde ik instinctief en doodde de spin met mijn schoen. Ik was sneller dan ik dacht, ze hadden geen kans verder dan enkele centimets van de tas af te komen. Alle spinnen, veel als het er waren, werder door mij vermoord. Zwart slijm en dode lichamen hoopten zich op onder mijn schoenen. Toen ik een stap zette, mijn schoenen vol bungelende levenloze spinnen, verdween het beeld.
Mijn droomwereld vestigde zich ergens anders. Een bos, naast Hollands platteland, naast sloten, naast gras en verlicht door grijze, koude lucht dat afstak tegen het goudverlichte en warme bos. Mijn moeder en de man met wie ze een relatie heeft waren de eigenaren van het bos en het omliggende land. Ik voelde hun boosheid toen ze ver weg van me samen langs de sloten liepen en naar me keken. Ik was net zo boos op hen, maar ik was in hun land, waar ik geen macht heb. De boosheid ging gepaard met schuld en angst. Ik vond een klein huis van hout, ik voelde niet aan of dit huis voor mij bedoeld was of uitsluitend voor hen, maar ik ging erin. Het huis was open, een muur ontbrak zodat iedereen erin kon en het hout was ook in deze droom begroeid met planten en mos. Er stond een houten tafel in, zo groot als de ruimte zelf. Daarop stond een vaas zonder bloemen, en ernaast een aansteker maar kaarsen ontbraken. Direct pakte ik de aansteker en stak in de rechterhoek een stuk mos aan. Het hout en de plantengroei was vochtig, het duurde even voor het brandde. Maar ik stak het weer aan zodra het stopte met branden en uiteindelijk ontstond er een geel licht en zachte, grijze rook. Het voelde niet goed noch slecht, maar het moest zo zijn. Het vuur was prachtig en het gele licht was precies op zijn plaats. Mijn geest verliet het huis en mijn droom werd zwart en leeg.
Droomuitleg van een bron buiten mijn geest om:
Spinnen: je voelt je een buitenstaander in een bepaalde situatie, je kan afstand willen bewaren van een verleidelijk aanbod, de spin staat symbool voor de kracht van het vrouwelijke of een verwijzing naar een machtige kracht die behoed voor zelfdestructie, een spin doden voorspelt ongeluk, het kan zijn dat je gevangen bent in een relatie, het kan een metafoor zijn voor de dominate moeder en haar vrouwelijke kracht. Boom: groei, verlangens, kracht, stabiliteit, je bent gefocust op persoonlijke ontwikkeling en individuatie. Steen: schuldgevoel, morele kwesties, kracht, eenheid en onwrikbare overtuiging. Stad: sociaal milieu, gevoel van gemeenschap, (in de staat waarin de stad zich bevond:) het gevoel verworpen te zijn door je naasten en het toestaan relaties te verslechteren, verwaarlozing van je naasten. Onkruid en mos: langzame vordering in relaties (geduld is noodzakelijk), mensen die je liever niet in je omgeving hebt. Tas: je draagt iets met je mee in het leven, een last, veel zorgen. Moord: je hebt iets gedaan dat tegen jezelf ingaat.
Bos: ontdekking van je innerlijk, symbool voor het onderbewuste. Platteland: vrijheid, rust en vernieuwing, je wil je gevoelens en instincten uiten en ervaren. Warm zonlicht (in beide dromen): sterke vriendschappen. Grijze lucht: verdriet en problemen. Vervallen huis: moeheid binnen een project, iets gaat niet zoals je wil. Brand: staat je huis in brand dan staat dit voor een liefdevolle partner, hou je humeur in de hand of de consequenties zullen ernstig zijn, passie, kwaadheid en overgang, positieve krachten ontwaken in jezelf, verlichting, transformatie en helderheid. Geel: een tijd van geluk en goede energie is aangebroken. Rook: verwarring.